5 practica goed uitgewerkt (zuur-base-reacties)
Over de vraagbaak

Vraagbaakscheikunde.nl

5 practica goed uitgewerkt (zuur-base-reacties)

12 berichten aan het bekijken - 1 tot 12 (van in totaal 12)
  • Auteur
    Berichten
  • #153134 Reageer
    Bob
    Gast

    Hallo, hierbij stuur ik de verbeterde 5 practica en ik vraag me af of ze gecontroleerd kunnen worden? Ik waardeer jullie hulp erg.
    Practica 3 vragen:
    ‘Buis 2 bevat natriumsulfiet.’

    a. voeg wat 2 M zwavelzuur-oplossing toe en ruik voorzichtig het zwaveldioxidegas

    b. Houd een nat gemaakt blauw lakmoespapiertje boven in de reageerbuis.
    Practica 4 vragen:
    ‘Buis 4 bevat 0,1 M natriumwaterstofsulfaat-oplossing.

    a. Maak een blauw lakmoespapiertje nat met deze oplossing

    b. Voeg wat barietwater bij de oplossing.’

    De vragen bij practica 5/6/7 had ik al gedeeld. En btw: ik waarder dat jullie veel vragen stellen, zodat ik er uteidenlijk zelf achterkom. Alleen zou het misschien kunnen dat als ik een foutheb gemaakt dat het antwoord dan wordt opgeschreven als dat geen probleem is, omdat het anders waarschijnlijk heel veel tijd zal kosten voor mij en voor jullie om de hele tijd heen en weer te typen. Maar jullie mogen uiteraard bepalen.

    Practicum 3:
    3,0:
    Natriumsulfiet: Na2SO3 à 2 Na+ (aq) + SO32-

    Zwavelzuur-oplossing: H3O+ (aq) + SO42- (aq)

    Alle deeltjes: Na+, SO32- (sterkste base), H3O+ (sterkste zuur) en SO42-

    2H3O+ (aq) + SO32- (aq) à SO2 (g) + 3H2O (l)
    Waarnemingen
    Vooraf: wit poeder

    Tijdens: troebel

    Achteraf: troebel -> wordt helder, doorzichtig en het ruikt heel scherp en heel zuur.

    Verklaringen (aan de hand van de reactievergelijkingen): De reactieproducten bij de vergelijking zijn SO2 (g) en H2O (l). De SO2 verlaat het buisje en dan blijven er alleen de tribune-ionen in het buisje en het H2O. De tribune ionen SO42- en Na+ zijn goed ‘oplosbaar’ (volgens tabel 45A). Daarom blijft het mengsel helder, doorzichtig.
    3.1:
    2H3O+ (aq) + SO32- (aq) à SO2 (g) + 3H2O (l)
    Waarnemingen:
    Vooraf: Er is een nat gemaakt blauw lakmoespapiertje

    Tijdens: Het lakmoespapiertje wordt langzaam rood.

    Na: Het lakmoespapiertje is rood geworden.

    Verklaringen: Zoals er in de reactievergelijking te zien is: Er is H2O (l) en SO2 (g). De SO2 komt dus vrij als een gas en SO2 is een ook een zuur, dus het is logisch dat het lakmoespapiertje rood is gekleurd. Want als een lakmoespapiertje rood wordt, dan zitten er vooral zuur-deeltjes op.

    Practicum 4:
    4.0:
    NaHSO4 + H2O à Na+ (aq) + H3O+ (aq) + SO42- (aq) + OH- (aq)
    Waarnemingen:
    Vooraf: Er is een nat, blauw lakmoespapiertje

    Tijdens: Het blauwe lakmoespapiertje begint een beetje rood te worden.

    Na: Het lakmoespapiertje is rood.

    Verklaringen: In de uiteindelijk reactievergelijking is er te zien dat er een zwavelzuuroplossing is ontstaan. Er is daar ook een H3O+ en dat is een zuur. Daarom werd het lakmoespapiertje rood, omdat er vooral veel zuur-deeltjes op het papiertje zaten.

    4.1:
    NaHSO4 + H2O à Na+ (aq) + H2SO4 (aq) + OH- (aq)

    Barietwater: Ba2+ + 2OH-

    Alle deeltjes: Na+, H2SO4, OH-, Ba2+ en 2OH-

     

    H2SO4 (aq) + OH- (aq) à HSO4- (aq) + H2O (l)

    HSO4- (aq) + H2O (l) à SO42- (aq) + H3O+ (aq)

    Waarnemingen
    Vooraf: Het is helder.

    Tijdens: Het is troebel.

    Na: Het mengsel is heel troebel (het lijkt op melk).

    Verklaringen: Die weet ik niet zo goed…

    Practicum 5:
    5,1:
    CuSO4.5H2O + H2O —> Cu2+(aq) + SO42-(aq) + 6 H2O(l)

    Waarnemingen:
    Vooraf: blauwe, vaste stof zit in de reageerbuis.

    Tijdens: blauwe, vaste stof lost op in H2O
    Na: Er is een heldere, blauwe oplossing ontstaan. Het kopersulfaat is dus opgelost in het water.

     

    Verklaringen: Volgens tabel 65b zorgt opgelost Cu2+ voor de blauwe kleur in de oplossing en zo er is in de reactievergelijking ook een Cu2+ (aq) te zien. Dus het is logisch dat er een blauwe oplossing is ontstaan.
    5,2:
    Oplosvergelijking van kopersulfaat (eerder ook genoemd in a.): CuSO4.5H2O + H2O —> Cu2+(aq) + SO42-(aq) + 6 H2O(l)

     

    Natronloog erbij toegevoegd: ik heb Cu2+(aq), SO42-(aq), H2O, Na+(aq) en OH(aq), de reactievergelijking (er zijn veel tribune-ionen). Er is hier sprake van een neerslagvergelijking, waarbij Cu2+ en OH-  slecht oplosbaar zijn (WAT HEB IK HIER EIGENLIJK FOUT???)

    Cu2+ (aq) + 2OH(aq)–> Cu(OH)2 (s) + H2O (l)

     

    Waarnemingen:

    Vooraf: heldere, blauwe vloeistof

    Tijdens: Niet duidelijk genoeg

    Na: Aan uiteinde zit vaste, blauwe-gekleurde prut stof en er is ook een heldere blauwe vloeistof (vaste, blauwe gevormde prut stof aan uiteinde kan niet oplossen met heldere blauwe vloeistof).

     

    Verklaringen: Volgens tabel 65b: de blauwe, vaste stof in de oplossing is de Cu(OH)2 (s). Want koperhydroxide is slecht oplosbaar in water. De blauwe gekleurde oplossing is blauw vanwege het opgelost tribune-ion SO42- (die is blauw en als he oplost in water, wordt de oplossing ook blauw).
    5,3:
    De ontledingsreactie van koperhydroxide tijdens het verwarmen:

    Cu(OH)2 → CuO + H2O

    Voor de duidelijkheid: in het buisje zitten er nog wat tribune-ionen, maar die noem ik niet allemaal.

    Waarnemingen:

    Aan uiteinde zit vaste stof en er is ook een heldere blauwe vloeistof (vaste stof aan uiteinde kan niet oplossen met heldere blauwe vloeistof).

    Tijdens: Niet duidelijk genoeg.

    Na: Het mengsel gaat borrelen en wordt zwart (de blauwe kleur is verdwenen) en er zijn 2 vloeistoflagen (1 vloeistoflaag is doorzichtig en de andere vloeistoflaag heeft zwarte deeltjes (prut).

     

    Verklaringen: de prut is CuO (koperoxide is zwart volgens tabel 65b)). De blauwe vloeistof is de SO42- die opgelost is in het water en er is ook nog wat van de Cu2+ (aq) in achtergebleven (die is namelijk niet verdwenen).
    5,4 (ik weet eigenlijk niet wat ik hier fout had?)
    Er zijn na het gieten over: alleen de zwarte prut (= het koperoxide). Koperoxide bestaat uit de ionen: Cu2+ en O2-. En er is een zwavelzuur-oplossing toegevoegd (zwavelzuuroplossing is: H3O+ en SO42-).

    Alle deeltjes: Cu2+, O2- (sterkste base), H3O+ (sterkste zuur) en SO42-.

    Cu2+ + H3O+ + OH- + O2- + SO42- –> 2 H2O (l) + SO42- (aq) + Cu2+ (aq)

     

    Waarnemingen:
    Vooraf: de vloeistof moest afgeschonken worden, dus er is alleen prut over.
    Tijdens: Niet duidelijk genoeg.
    Na: het mengsel wordt helder met een blauwe kleur (prut lost op in verdund zwavelzuur, dus ‘prut en verdunde zwavelzuur’ –> goed oplosbaar met elkaar).

     

    Verklaringen: er is sprake van een blauwe, heldere oplossing, omdat de Cu2+ opgelost in water (en dat wordt blauw volgens tabel 65b). De opgeloste SO42- zorgt ook voor een blauwe oplossing.
    Practicum 6:
    6,1:
    Fe(NO3)3 à Fe3+  + 3NO3-

    Fe3+  + 6H2O à Fe(H2O)6

    Fe(H2O)6  àß (evenwichtsreactie) FeOH(H2O)5(2+   + H3O+

    Waarnemingen:

    Vooraf: de oplossing in het buisje is geel en helder

    Tijdens: de oplossing is nu geel met oranje

    Na: de oplossing wordt oranje.

    Verklaringen: Als methyloranje oranje is dan is de pH van het mengsel dus ongeveer tussen de 3,2 en 4,4 (en dat is een zuur). Dus er is een zuur aanwezig in de oplossing en dat is de H3O+.
    6,2:
    Fe(NO3)3 à Fe3+  + 3NO3-

    NaHCO3 (aq) à Na+  + HCO3-

    Alle deeltjes: Fe3+, NO3- (zwakste base), Na+ en HCO3- (zwakste zuur)

    HCO3- + NO3-  àß CO32-  + HNO3

    Waarnemingen:

    Vooraf: De oplossing is oranje

    Tijdens: er is een laag oranje gekleurd schuim en er is nog wat van de oranje oplossing

    Achteraf: Het mengsel is troebel en donkeroranje.

    Verklaringen: Het is duidelijk dat er sprake is van een evenwichtsreactie, waarbij er veel is van HCO3- en NO3-. Dus het evenwicht ligt links. De HCO3- is rood in de oplossing en de NO3- is geel in het mengsel. En rood met geel zorgt voor een oranje kleur. Dat verklaart dan de oranje kleur van de oplossing.
    6,3:
    HCO3- + NO3-  àß CO32-  + HNO3

    Waarnemingen:

    Vooraf: Het mengsel is troebel en donkeroranje.

    Tijdens/na: Het mengsel is bruingeel geworden.

    Verklaringen: omdat er een overmaat van het natriumwaterstofcarbonaat is toegevoegd ligt het evenwicht nu rechts en daar zit ook HNO3 en dat is bruingeel. Dat verklaart dan de bruingele kleur van het mengsel.
    Practicum 7:
    7,1:
    Waarnemingen (ze zijn waargenomen op een andere manier dan in het rest van het verslag te zien is, omdat we de Demo in de klas hadden gedaan): De Erlenmeyer bevat calciumcarbonaat-blokjes(CaCO3) en hier voegde Wouter een overmaat 4 M zoutzuur(H3O+ + Cl-) aan toe. Dit zorgde voor een troebele witte oplossing.

    CaCO3 à Ca2+  + CO32-

    Zoutzuur: H3O+ (aq)  + Cl- (aq)

    CO32- + 2H3O+ à H2CO3 + 2H2O

    H2CO3 àß (evenwicht) H2O + CO2

    Verklaringen: De troebele witte oplossing is de Ca2+ die is opgelost in het water.
    7,2:
    Waarnemingen: In de gaswasfles is wat kalkwater aanwezig en hier voegde Wouter wat fenolftaleïne aan toe. Dit kleurde roze (volgens tabel 52A is de pH in de gaswasfles dus hoger dan 8,2 en in de gaswasfles is er dus aangetoond dat er een base is). De CO2 (g) van de erlenmeyer is naar de gaswasfles waarin kalkwater (Ca2+ (aq) + 2OH- (aq)) zit gekomen.

    In gaswasfles zit dus: Ca2+, OH- en CO2 (g).

    De Ca2+ en OH- gaan binden en dan ontstaat er Ca(OH)2  (KLOPT DIT WEL?????) en dan gaat de de Ca(OH)2 reageren met de CO2 en dan:

    Ca(OH)2 + CO2  à CaCO3 + H2O

    Welke vaste stof ontstaat hierbij: het is calciumcarbonaat

    Waarom vind ik dat leuk bij dit proefje: We begonnen met calciumcarbonaat en we eindigen ook met calciumcarbonaat (we zijn met practicum 7 dus niks opgeschoten qua nieuwe stoffen).

    #153135 Reageer
    Bob
    Gast

    à en àß zijn de reactiepijlen die niet goed zijn laten zien toen ik het plaatste in het forumbericht.

    #153136 Reageer

    Goedemorgen Bob,

    Ik neem het weer even over van mijn collega’s om je verder te helpen. De bedoeling van de vraagbaak is inderdaad om je op weg te helpen door je vragen te stellen en/of hints te geven en niet om je direct een pasklaar antwoord te geven. Natuurlijk zullen we het je laten weten als je echt iets fout doet.

    Ik deel mijn antwoorden even op per practicum dat vind ik prettig!

    Practicum 3

    “Verklaringen: Zoals er in de reactievergelijking te zien is: Er is H2O (l) en SO2 (g). De SO2 komt dus vrij als een gas en SO2 is een ook een zuur, dus het is logisch dat het lakmoespapiertje rood is gekleurd. Want als een lakmoespapiertje rood wordt, dan zitten er vooral zuur-deeltjes op.”

    Lakmoes reageert alleen op de aanwezigheid van H3O+ ionen, niet op SO2. Je mist hier dus nog een reactievergelijking waarbij je laat zien hoe die H3O+ ionen ontstaan.

    Hint: je hebt 2 ‘dingen’ die met elkaar in contact komen

    1. nat blauw lakmoespapier

    2. zwaveldioxidegas.

    Kun je hier zelf een reactievergelijking vinden waarmee je kunt laten zien dat er H3O+ ontstaat?

     

     

    #153137 Reageer

    Practicum 4

    Jouw reactievergelijking is niet helemaal juist:

    NaHSO4 + H2O -> Na+ (aq) + H3O+ (aq) + SO42- (aq) + OH (aq)

    Bij een zuur-base reactie ontstaat nooit én H3O+ én OH ontstaan… beiden reageren dan natuurlijk direct tot H2O

    Tips:

    – er is een natriumwaterstofsulfaat-oplossing. Jij noteert in je reactievergelijking natriumwaterstofsulfaat als een vaste stof. Wat is de juiste notatie van een (goed oplosbaar) zout in een oplossing?

    – Je laat goed zien te weten dat in dit geval het waterstofsulfaat-deeltje een zuur is en het water als base reageert. Denk nog even goed na over welke producten er dan ontstaan

    “Verklaringen: In de uiteindelijk reactievergelijking is er te zien dat er een zwavelzuuroplossing is ontstaan. Er is daar ook een H3O+ en dat is een zuur. Daarom werd het lakmoespapiertje rood, omdat er vooral veel zuur-deeltjes op het papiertje zaten.”

    Je verklaring is juist, maar dus niet consistent met je reactievergelijking waarin zowel H3O+ als OH ontstaan. Als je je reactievergelijking aanpast tot deze juist is, dan is alles consistent met elkaar.

    #153138 Reageer

    Practicum 4b

    NaHSO4 + H2O -> Na+ (aq) + H2SO4 (aq) + OH (aq)

    Dezelfde opmerking over natriumwaterstofsulfaat als bij 4a.

    Je laat het waterstofcarbonaat nu reageren als een base, in plaats van als een zuur. Je hebt gelijk dat waterstofcarbonaat een amfoliet is, maar in een waterige oplossing zal het ofwel als zuur, ofwel als base reageren. Niet de ene keer als zuur, de andere keer als base. Of het meer een ‘zuur’ karakter of meer een ‘basisch’ karakter heeft in een waterige oplossing wordt bepaald de de pKz en de pKb.

    Kun je opzoeken in je lesboek hoe je weet of een amfoliet als zuur of als base reageert in een waterige oplossing zodat je zeker weet welke van de twee vergelijkingen die je geeft bij 4a en 4b juist is? Ik heb je al vertelt bij 4a dat wat je doet juist is, dus je weet al dat het als zuur reageert. Maar het is belangrijk dat je ook begrijpt waarom. Laat het even weten als je hier niet uit komt.

    Je gebruikt hier dus dezelfde oplossing als bij 4a. De deeltjes die je hebt zijn dan dus anders dan wat je hier hebt vermeld en dus klopt de reactievergelijking tussen de natriumwaterstofsulfaat en het barietwater niet.

    Probeer even of het lukt met de juiste vergelijking voor het reageren van natriumwaterstofsulfaat-oplossing met water.

     

     

    #153173 Reageer

    Practicum 5

    a)

    CuSO4.5H2O + H2O —> Cu2+(aq) + SO42-(aq) + 6 H2O(l)

    Als er dezelfde deeltjes vóór en ná de pijl staan dienen deze tegen elkaar weg te worden gestreept!
    Deze reactievergelijking is dus niet helemaal juist.

    b) De vorige keer noteerde je deze reactievergelijking:

    Cu2+ (aq) + SO42-(aq) + H2O + Na+(aq) + OH(aq) –> Cu(OH)2 (aq) + Na2SO4 (aq) + H2O (l)

    Waarbij je na de pijl twee niet gedissocieerde zouten Cu(OH)2 en Na2SOnoteert met erachter (aq). Zoals eerder benoemd valt een zout uiteen in ionen als het oplost en kun je het dus niet op deze manier opschrijven. Ofwel de positieve ionen en negatieve ionen zitten aan elkaar vast en het zout is een vaste stof met toestandsaanduiding (s) en is dus een niet oplosbaar zout. Ofwel de positieve en negatieve ionen ‘zwemmen’ los rond in de oplossing met toestandsaanduiding (aq) en het zout is dus goed oplosbaar.

    Je hebt prime begrepen dat hier het niet oplosbare zout Cu(OH)2 als neerslag ontstaat! De vergelijking die je nu echter geeft is al heel wat beter dan degene die hierboven vermeld staat, er staat echter nog wel een foutje in:

    Cu2+ (aq) + 2OH(aq)–> Cu(OH)2 (s) + H2O (l)

    Tip: Als je gaat kijken dan zul je zien dat deze reactievergelijking niet kloppend is. Kun je er een kloppende vergelijking van maken. Denk goed na over welke deeltje(s) er ontstaan bij een neerslagreactie. En inderdaad is de vast turquoise kleur de stof koperhydroxide. In binas tabel 65b staat overigens niet dat Cu(OH)(aq) blauw is (de stof kan helemaal geen aq zijn want lost niet op!!)  maar Cu(OH)2 (gel) is blauw. Het is belangrijk om goed tabellen te lezen. Cu(OH)2 (s) staat niet in binas. Niet alle stoffen met een kleur zijn opgenomen in Binas, er is een selectie gemaakt van stoffen die veel voorkomen/gebruikt worden. Echter de meeste koperzouten zijn blauw/blauwgroen zoals je wellicht al wel gezien hebt tijdens practica. Dus er wordt van jou verwacht dat je zelf doorhebt dat de neerslag een koperzout moet zijn gezien de kleur en de beschikbare deeltjes, waarvan koperionen de enige zijn met een kleur.

     

     

     

    #153174 Reageer

    Nog een toevoeging bij 5b)

    Je zegt “De blauwe gekleurde oplossing is blauw vanwege het opgelost tribune-ion SO42- (die is blauw en als he oplost in water, wordt de oplossing ook blauw).” In Binas tabel 65b wordt het sulfaation niet genoemd omdat het in oplossing kleurloos is! Dus dat de oplossing nog altijd blauw is, ook na neerslag van Cu(OH)2 (s) kan niet verklaard worden door de aanwezigheid van sulfaat-ionen.

    Tip: je hebt eerst vastgesteld dat de blauwe kleur van de oplossing komt door de aanwezigheid van koper(II)ionen in de oplossing. Na neerslag van Cu(OH)2 is de oplossing nog steeds blauw. Wat is hiervoor de verklaring? Denk even aan de verhouding koper(II)ionen en hydroxideionen die gebruikt zijn. Weet je die verhouding?

    #153175 Reageer

    5c) “De blauwe vloeistof is de SO42- die opgelost is in het water en er is ook nog wat van de Cu2+ (aq) in achtergebleven (die is namelijk niet verdwenen).”

    Zie hiervoor mijn laatste opmerking bij 5b, de blauw kleur komt dus niet van het sulfaat-ion! Welk ion is wel blauw én volgens je eigen zeggen nog aanwezig?

    De ontledingsreactie is goed zo! Denk je nog aan de fases/toestandsaanduidingen (die heb je bij eerdere vergelijkingen wel vermeld).

    En inderdaad het ontstane CuO is zwart!

    #153176 Reageer

    5d)

    “Alle deeltjes: Cu2+, O2- (sterkste base), H3O+ (sterkste zuur) en SO42-.”

    Dit is juist, enige deeltje aanwezig dat ontbreekt is H2O, maar je hebt het sterkste zuur en de sterkste base juist geïdentificeerd!

    Cu2+ + H3O+ + OH- + O2- + SO42- –> 2 H2O (l) + SO42- (aq) + Cu2+ (aq)

    De reactievergelijking echter niet.

    Probeer het even opnieuw met de volgende tips:

    – er staan deeltjes in de reactievergelijking die helemaal niet aanwezig zijn, kijk maar naar je eigen inventarisatie en naar je reactievergelijking.

    – je hebt tribune-ionen in je reactievergelijking staan, deze kun je herkennen omdat ze zowel voor als na de pijl aanwezig zijn. Deeltjes die zowel voor als na de pijl aanwezig zijn moet je tegen elkaar wegstrepen.

    “Na: het mengsel wordt helder met een blauwe kleur (prut lost op in verdund zwavelzuur, dus ‘prut en verdunde zwavelzuur’ –> goed oplosbaar met elkaar).”

    Bij het verschijnsel ‘oplossen’ blijven de stoffen behouden, er vindt geen reactie plaats. Is hier dan spraken van ‘oplossen’?

    “Verklaringen: er is sprake van een blauwe, heldere oplossing, omdat de Cu2+ opgelost in water (en dat wordt blauw volgens tabel 65b). De opgeloste SO42- zorgt ook voor een blauwe oplossing.”

    Komt die sulfaation die helemaal niet blauw is weer om de hoek kijken ;).

    #153180 Reageer

    6a)

    “Verklaringen: De HCO3- is rood in de oplossing en de NO3- is geel in het mengsel. En rood met geel zorgt voor een oranje kleur. Dat verklaart dan de oranje kleur van de oplossing.”

    Het gaat hier volledig mis met bedenken welk deeltje voor de kleur zorgt. Je hebt de volgende twee oplossingen samengevoegd:

    1) Fe(NO3)3 -> Fe3+  + 3NO3

    2) NaHCO3 (aq) -> Na+  + HCO3

    Je noteert bij je waarnemingen de kleur van oplossing 1), namelijk oranje. Ik twijfel een beetje aan deze waarneming. Je noteert namelijk bij 6a dat deze oplossing geel is. En voor zover ik bij de instructies kan zien heb je bij buis 6b geen methyloranje hoeven toevoegen of wel? Dus zou het dan niet logisch zijn als deze ijzernitraatoplossing geel is zoals je ook noteerde bij 6a, voor je methyloranje toevoegde… Of heb je wellicht hier de instructies niet juist genoteerd of uitgevoerd? Of heb ik hier iets verkeerd begrepen?

    Je hebt niet genoteerd wat de kleur is van de oplossing in buis 2). Het is belangrijk om altijd de ‘voor’ kleur van alle gebruikte stoffen en oplossingen te noteren. Ik kan je vertellen dat deze oplossing kleurloos is. HCO3 is dus niet rood in oplossing. Als deze oplossing niet kleurloos was dan komt dit omdat je ook hier methyloranje aan toegevoegd hebt denk ik. Dat staat echter niet in de instructies zoals ik ze teruglees.

    HCO3 + NO3  -> CO32-  + HNO3

    Deze reactie vindt niet plaats omdat NO3 te zwak is als base om met HCO3 te reageren. Dit kun je zien aan de pKb en pKz waarden in binas (HCO3 staat onder NO3– in de tabel).

    Tip: Waar Mathijs je naartoe probeerde te helpen is dat ijzer een complex vormt met watermoleculen. Kun je in binas tabel 49 dit deeltje vinden en opnieuw proberen om een reactievergelijking op te stellen?

     

    #153181 Reageer

    7a)

    CaCO3 -> Ca2+  + CO32-

    Deze reactie vind niet plaats. Calciumcarbonaat is een slecht oplosbaar zout en splits dus niet in ionen maar reageert als vaste stof.

    Zoutzuur: H3O+ (aq)  + Cl (aq)

    CO32- + 2H3O+ -> H2CO3 + 2H2O

    Carbonaat in deze vergelijking als los ion is dus niet juist.

    “Verklaringen: De troebele witte oplossing is de Ca2+ die is opgelost in het water.

    Dit is niet juist, losse ionen zijn altijd ‘opgelost’ en kunnen dus niet voor troebeling zorgen. Ik heb je het juiste antwoord feitelijk al gegeven.

    Tip: vraag je af welke stof bij deze reactie in overmaat is.

    #153182 Reageer

    7b)

    De Ca2+ en OH- gaan binden en dan ontstaat er Ca(OH)2  (KLOPT DIT WEL?????) en dan gaat de de Ca(OH)2 reageren met de CO2 en dan:

    Dit is niet juist. In binas tabel 45 kun je lezen dat Ca2+ matig oplosbaar is met OH. Het kalkwater is helder bij aanvang van de proef omdat bij het maken ervan ervoor gezorgd wordt dat de concentratie van Ca2+ en OH laag genoeg is om te voorkomen dat er neerslag ontstaat. Meestal wordt de oplossing gefiltreerd nadat deze is gemaakt om eventuele neerslag te verwijderen.

    Tip:

    – Noteer de aanwezige deeltjes en bedenk welk deeltje het zure deeltje en welk deeltje het basische deeltje is.

    – CO2 wordt ook wel ‘koolzuur’ genoemd. Waarom?

    Verklaring is onjuist maar dat zou goed moeten komen als je tot de juiste reactievergelijkingen bent gekomen.

    Veel succes met deze tips Bob!!

    Je bent ontzettend goed bezig!

12 berichten aan het bekijken - 1 tot 12 (van in totaal 12)
Reageer op: 5 practica goed uitgewerkt (zuur-base-reacties)
Mijn informatie:



vraagbaak icoon Een zuur-base reactie
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Een zuur-base reactie
Hallo, Voor school moet ik een prakticum doen. Hiervoor moet ik de concentratie van fosfaat in oppervlakte water achterhalen. Nu heb ik twee vragen. Voor het practicum moet je zelf twee methodes bedenken. Dit mag geen colormetri zijn. Nu heb ik bedacht om een zuur-base titratie te doen. Nu vroeg ik me af wat ik […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Zuur base van hydraten
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
Zuur base van hydraten
Beste allemaal, als proef hebben we de geleidbaarheid moeten bepalen van koper(II)chloride-6-hydraat, magnesiumchloride-2-hydraat en bariumchloride-2-hydraat. Het gaat dan om het verschil in geleidbaarheid tussen de 3 verschillende 2+ ionen, namelijk Cu2+, Mg2+ en Ba2+. Onze hypothese was dat get kleinste ion het beste zou geleiden maar het resultaat was dat Ba2+ duidelijk het beste geleid, […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Zuur-base, practicum
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Zuur-base, practicum
Hallo ik snap dit practicum niet. Zou iemand kunnen helpen/checken of wat ik heb goed is (er is wel een beetje haast, maar ik wil niemand laten haasten ofzo (sorry daarvoor). Practica 6: ‘Buis 6a bevat 2,0 mL ijzer(III)nitraat oplossing. a. ‘Voeg hierbij enkele druppels methyloranje.’ ‘Buis 6b bevat 2,0 mL jzer(III)nitraat oplossing.’ b. ‘Voeg […]
Bekijk vraag & antwoord
studiehulp icoon Hulp nodig bij je bèta profielwerkstuk?
Biologie | Natuurkunde | Scheikunde | Wiskunde | Havo | Vmbo | Vwo
Leertip
Hulp nodig bij je bèta profielwerkstuk?
Je kunt terecht bij alle bèta universiteiten in Nederland.
Bekijk de tip
studiehulp icoon Polymeren
Scheikunde | Vwo | 6
Oefentoets
Polymeren
Oefentoets over polymeren en polymerisatiereacties.
Bekijk de toets
vraagbaak icoon Geleiding verschillende 2+ ionen
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
Geleiding verschillende 2+ ionen
Op school een proef moeten doen over verschil in geleidbaarheid van koperchloride-hydraat, magnesiumchloridehydraat en bariumchloridehydraat waarbij het gaat over het verschil in geleidbaarheid van Cu2+, Mg2+ en Ba2+ ionen. Het blijkt dat barium het best geleidt. Weet iemand waarom dit zo is? Barium is wel het grootste ion.
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon hydraat oplossen
Scheikunde | Wo | 1
Vraag
hydraat oplossen
Ik loop helemaal vast bij deze vraag. Hoeveel gram Ni(NO3)2.6H2O dient in 100,0 g water opgelost te worden om een oplossing met 1,20 massa% nikkelionen te bekomen ? Ik heb als reactievergelijking opgesteld Ni(NO3)2.6H2O (s) --> Ni2+ (aq) + 2NO3- (aq) + 6H2O(l) Daarna had ik de mol van water uitgereken n = 100/ (18,015*6) […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon hydraat wordt opgelost
Scheikunde | Wo | 1
Vraag
hydraat wordt opgelost
Hey, ik begrijp niet zo goed wat er gebeurd als je een hydraat oplost. Ik heb nu als reactie vergelijking van oplossing van Ni(NO3)2*6H2O Ni(NO3)2*6H2O (s) --> 6 H2O (l) + Ni+ (aq) + 2 NO3 (aq)  
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Titratie en het vinden van een formule van dihydroxyalkaandizuur
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
Titratie en het vinden van een formule van dihydroxyalkaandizuur
Goedemorgen, Ik zou graag willen weten hoe ik de formule van dihydroxyalkaandizuur kan bepalen. Ik heb dihydroxyalkaandizuur, natronloog 0,1M en titratiespullen ter beschikking om dit uit te zoeken. Ik weet dat de standaardformule voor een alkaanzuur CnH2n + COOH is en dat ik waarschijnlijk iets met molecuulmassa moet doen. Maar verder kom ik niet. Ik […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Alkanen algemene formule.
Scheikunde | Vwo | 4
Vraag
Alkanen algemene formule.
Waar staat de n voor bij de algemene formule van alkanen (CnH2n+2)? En hoe bepaal je de waarde van n?
Bekijk vraag & antwoord

Inloggen voor experts