Reageer op: Oplossen of reageren zouten
Over de vraagbaak

Vraagbaakscheikunde.nl

Reageer op: Oplossen of reageren zouten

#2305

Hallo Keet,

Een gedeelte van je verhaal heb ik overgenomen en van commentaar voorzien. Het antwoord is zo gek nog niet, maar je maakt een aantal fouten.

De verhouding H+ : Cl- is 1:1. Eerst bereken je de massa van 19,2 milliliter zoutzuur met de volgende berekening:
1,002 x 19,2 x 103 = 1,9238 x 104 kg = 1,9238 x 10 1 g DIT IS NIET JUIST; JE VERMENIGVULDIGT ML MET KG/L, DIE MACHTEN VAN 10 ZIJN NEGATIEF, DUS MIN 3 EN MIN 4(EIGENLIJK -2)
Er is dus 19,238 gram zoutzuur. De molaire massa van zoutzuur is 36,46 g/mol. Het aantal mol zoutzuur kun je krijgen met de volgende berekening:
1,9238 x 101 / 36,46 = 5,2766 x 10-1 mol DIT MAG JE NIET DOEN; ZOUTZUUR IS EEN OPLOSSING, DUS NIET HCL

Om vervolgens het aantal mol waterstofionen te bepalen doe je de volgende berekening:
5,2766 x 10-1 / 2 = 2,6383 x 10-1 mol waterstofionen. WAAROM DELEN DOOR 2? UITEINDELIJK WEL GOED OMDAT HET GAAT OM BA(OH)2

De verhouding van waterstofionen : hydroxide-ionen kun je afleiden uit reactievergelijking (2) en dit is 1:1.
Er waren dus ook 2,6383 x 10-1 mol hydroxide-ionen aanwezig in de oplossing.
Het volume van de bariumhydroxide-oplossing was 25,00 milliliter, ook wel 0,025 liter. De concentratie van de hydroxide-ionen bereken je door:
2,6383 x 10-1 / 0,025 = 10,553 mol/L

Ik zoek even iets op en kom bij je terug.

Groet,

Jan Wim Peters

  • Deze reactie is gewijzigd 8 maanden, 3 weken geleden door Jan Wim Peters.

Inloggen voor experts