Molaire concentratie berekenen met de dichtheid
topicOver de vraagbaak

Vraagbaak scheikunde

Molaire concentratie berekenen met de dichtheid

  • Dit onderwerp bevat 2 reacties, 1 deelnemer, en is laatst geüpdatet op 7 maanden geleden door Sven.
3 berichten aan het bekijken - 1 tot 3 (van in totaal 3)
  • Auteur
    Berichten
  • #152290 Reageer
    Sam
    Gast

    Hey,

    Ik krijg de vraag:
    <div class=”page” title=”Page 14″>
    <div class=”layoutArea”>
    <div class=”column”>

    Bepaal de molaire concentraties van de volgende oplossingen in water

    Met de volgende gegevens: Zoutzuur met een dichtheid van 1,19 kg/L en procentueel massa gehalte van 37,2%. Maar ik loop helemaal vast.

    Ik heb zelf 1,19 kg/L al omgezet naar 1190 g/L en heb berekend dat in HCl = 36,458 g/mol

    Ik wilde gebruik maken van de volgende formules

    p = m/V en molaire concentratie = mol/V

    Maar ik heb geen idee hoe ik nu naar de molaire concentratie kom

    Het uiteindelijke antwoord is 12,1 mol/L

    Zou iemand mij hier mee kunnen helpen?

    </div>
    </div>
    </div>

    #152291 Reageer
    docent Dick
    Expert

    Beste Sam,

    Je hebt de dichtheid, dus weet je dat 1L zoutzuur met 37,2 massa-%  HCl een massa heeft van 1190 g.

    (Je kunt natuurlijk ook de formule: dichtheid = massa/volume gebruiken: massa = dichtheid* volume.

    van de 1190 g oplossing is 37,2 massa-% HCl.

    Kun je uitrekenen hoeveel HCl in 1190 g oplossing zit?

    Als je weet hoeveel gram HCl, kun je dit omrekenen naar mol HCl.

    Je weet dan hoeveel mol HCl in 1L van de zoutzuur aanwezig is.

    Is dit voldoende om je antwoord te berekenen?

    Zo niet, dan zien we je vervolgvraag graag tegemoet.

    Met vriendelijke groet,

    Dick

    #179057 Reageer
    Sven
    Gast

    Beste DD,

    Een jaar en een paar maanden later was dit voldoende voor mij om te bepalen dat er 442.68g HCl in 1L oplossing 37.2% zit.

    Dit komt overeen met 12.1 mol in 1L en dus een molariteit van 12.1M

    Bedankt en met vriendelijke groeten,

     

    Sven

3 berichten aan het bekijken - 1 tot 3 (van in totaal 3)
Reageer op: Molaire concentratie berekenen met de dichtheid
Je informatie:



vraagbaak icoon Zuur-basereacties
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Zuur-basereacties
Beste, In een opdracht van een van jullie oefentoetsen stellen ze de zuur-basereactie op van natriumsulfide en zoutzuur: S2– + 2 H3O+ ⟶ H2S + 2 H2O Ik snap niet waarom ze uit zoutzuur, HCl, opeens H3O+ maken. Waarom pakken ze het H+ deeltje in HCl als het zuur in de reactie en hoe kan het dat […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Aminozuren
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
Aminozuren
Er staat een aminozuureenheid een nummer kan hebben. Waar kan ik die nummers vinden (BiNas) en wat staan die nummers ook, wat is het betekenis erachter.
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Meerwaardige zuren en basen
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Meerwaardige zuren en basen
Ik vind het moeilijk om een meerwaardige zuur of base te herkennen. Is er een manier om dit te kunnen herkennen?
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon zuur-basereacties
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
zuur-basereacties
Bij een reactie van Barietwater en verdund zwavelzuur (opgave 38, blz:60, 5vwo boek chemieoveral ) staat Ba^2+ en OH^-aan de linkerkant van de pijl. Ik snap niet waarom Ba2+ daar staat. Barietwater = Ba(OH)2–> Ba^2+  + 2 OH^-. Bij de meeste gevallen zoals bij natronloog gebruik je de OH^- in de zuurbase reactie en negeer […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon zuur-basereacties
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
zuur-basereacties
<span data-teams="true"><span class="ui-provider a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z ab ac ae af ag ah ai aj ak" dir="ltr">Bij een reactie van Barietwater en verdund zwavelzuur (opgave 38, blz:60, 5vwo boek chemieoveral ) staat Ba^2+ […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon redoxreactie
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
redoxreactie
Hallo, ik snap bij de oefentoets deze vraag niet helemaal. Ik moet de reactie opstellen van Natriumjodide-oplossing en een aangezuurde kaliumdichromaat-oplossing. Dit is het antwoord: OX: Cr2O72- + 14 H+ + 6 e– → 2 Cr3+ + 7 H2O RED: 2 I– → I2 + 2 e– TOTAAL: Cr2O72- + 14 H+ + 6 I– […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon meerwaardig zuur
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
meerwaardig zuur
zwavelzuur is een sterk zuur, en kan 2 H+ afstaan fosforzuur is een zwak zuur, en kan in principe 3 H+ afstaan, alleen het is een zwak zuur dus het kan niet alle 3 H+ afstaan toch of wel? mijn vraag is dus kan fosforzuur, ondanks dat het een zwakke zuur alle 3 H+ afstaan of maar 1?, […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon groote proteine poeder
Scheikunde | Havo | 5
Vraag
groote proteine poeder
Beste scheikundige, Voor mijn profielwerkstuk ben ik bezig met het maken van eiwitpoeder uit koemelk. In mijn proces scheid ik de caseïne van de wei (whey) met behulp van microbieel stremsel. Mijn doel is om de overgebleven wei zo ver te zuiveren dat ik alleen hoogwaardige eiwitten overhoud. Het stappenplan dat ik op dit moment […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Newman projections
Scheikunde | Wo | 1
Vraag
Newman projections
Hoi, Waarom is de 3e Newman projectie juist?  
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon zuur en base
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
zuur en base
Hallo, ik snap volgende reactie ook niet: een overmaat van een oplossing van mierenzuur reageert met vast calciumcarbonaat. het antwoord is: 2 HCOOH + CaCO3 -> H2O + CO2 + 2 HCOO-  Ik snap niet hoe het kan dat er links wel Ca staat, maar rechts niet. ik had zelf namelijk 2 HCOOH + CaCO3 […]
Bekijk vraag & antwoord

Inloggen voor experts