Chemisch rekenen
Over de vraagbaak

Vraagbaakscheikunde.nl

Chemisch rekenen

13 berichten aan het bekijken - 1 tot 13 (van in totaal 13)
  • Auteur
    Berichten
  • #2126 Reageer
    Lisa
    Gast

    Vraag 1:

    De dichtheid van geconcentreerd zoutzuur, dat 37% (w/w) HCl bevat, is1,19 g/ml . Welk volume van deze oplossing zou verdund moeten worden tot 500,0ml om een oplossing te krijgen van 250mM HCl?

    Vraag 2: Wat is de pH van de bij a verkregen oplossing?

    #2129 Reageer
    mui
    Gast

    Dag Lisa

    De gegevens voor het starten van de vraag staan aan het eind van de opdracht: Je moet 500 mL 250mM HCl-opl. maken.
    Je kunt deze gegevens ook herschrijven als 0,500 L 0,250 M HCl-opl.
    Je kunt in deze hoeveelheid zoutzuur de hoeveelheid opgelost HCl (in mol) uitrekenen.

    Van de voorraadoplossing is het massa% HCl in de oplossing gegeven. Je moet dus het aantal mol HCl omrekenen naar de massa van HCl.
    Vervolgens kun je de massa van het mengsel (de HCl-opl.) berekenen. Omdat de dichtheid gegeven is, kun je dan ook het volume van de geconcentreerde HCl-opl. berekenen.

    Vwb de pH:
    De molariteit van de HCl-opl. is gegeven. Omdat HCl een sterk zuur is, kun je uit deze molariteit en de formule van het zuur de {H3O+] berekenen en dus de pH.

    Ik hoop dat je hiermee verder kunt. Probeer het maar en stuur je uitwerking op. Als het goed is hoor je dat.
    Gaat het nog niet goed, dan pik ik het op daar waar je “verdwaalt”

    Succes
    MUI

    #2227 Reageer
    MS
    Gast

    hoi, ik kom uit op 10,35 ml. Klopt dit?

    #2228 Reageer
    MS
    Gast

    en antwoord op vraag b heb ik PH = 0,6. Klopt deze ook?

    #2229 Reageer

    Hallo MS,

    De antwoorden zijn op zich juist, afgezien van de significantie. Bij a. maak je o.a. gebruik van 37 m%, dus 2 sign. cijfers. Het antwoord op a. is dan 10 mL.
    Bij b. ga je uit van 250 mM als enige gegeven rekenwaarde , dus 3 significante cijfers, de pH wordt dan 0,602(3 decimalen, dus).
    Als je er meer over wilt weten, dan meld je je maar.

    Succes en groet,

    Jan Wim Peters

    #3190 Reageer
    Jan
    Gast

    Hallo,

    Ik weet niet hoe ik deze vraag kan aanpakken.
    Ik zelf gebruikte : c1 x v1 = c2 x v2 aangezien c2 en v2 in dit geval gegeven zijn ( c2= 0,25 en v2= 0,5)
    Gevraagd wordt om v1 te berekenen. Zou je hier c1 kunnen berekenen met de gegevens? Ik snap niet hoe men aan die 10 ml komt…

    Jan

    #3191 Reageer

    Hoi Jan,

    Om c1 te berekenen moet je het massa percentage van de geconcentreerde HCl oplossing omrekenen naar een molariteit, dus aantal mol per liter.

    Ga er voor het gemak bij deze berekening even vanuit dat je 1 L oplossing gebruikt. Kun je dan met de dichtheid de massa van deze 1L geconcentreerde HCl oplossing berekenen?

    Vervolgens kun je uitrekenen wat de massa HCl in 1L van deze oplossing is met het massapercentage. Via de malaise massa reken je dit om naar het aantal mol. Je hebt dan het aantal mol HCl in 1L geconcentreerde oplossing en dus c1.

    Laat maar weten of je er zo uit komt!?

    Groeten,
    Yvette

    #3193 Reageer

    voor “malaise massa” moet je lezen ” molaire massa”.

    Jan Wim Peters

    #3249 Reageer
    Hans U
    Gast

    Zou iemand a.u.b zijn berekeningen onder elkaar opschrijven, ik snap het niet uit deze uitleg

    #3250 Reageer

    Beste Hans

    Kun jij de berekeningen die je tot nu toe hebt geven?
    Dan geven wij aan of ze wel/niet juist zijn en helpen we je met de volgende stap.

    Met vriendelijke groeten
    Yvette

    #3251 Reageer
    Sam
    Gast

    Hoi! Hierbij een poging van berekeningen vanaf mijn kant

    Begin met een dichtheid van 1,19 g/ml en 37%. De eerste stap is dan dus 0,37 x 1,19 = 0,4403 gram HCL/ml
    Wil uiteindelijk naar een concentratie van 250 mMol in 500 ml. Dit staat gelijk aan 125 mMol/500 mL (125 mMol/0,5 L)
    Van mMol naar mol geeft 0,125 mol.
    Gewicht van HCL is 36,46 gram/mol
    0,125 x 36,46 = 4,5575 gram nodig.

    Dus dan 4,5575/0,4403 = 10,35 mL

    #3253 Reageer
    Kees
    Expert

    Hallo Sam,

    Je manier van berekenen is OK, maar je antwoord heeft teveel significante cijfers. Je formulering kan ook scherper.

    Over de formulering:
    – de eenheid mol schijven we met een kleine m. Hoofletter M is voor mol per liter. Als je mMol schrijft, dan kan je jezelf en anderen in verwarring brengen. Misschien wordt het op examens zelfs fout gerekend. Dat weet ik niet, maar dat zou best kunnen.
    – “Van mMol naar mol geeft 0,125 mol.” is wat losjes. Je bedoelt: 125 mmol = 0,125 mol.

    Over de significante cijfers:
    – De concentratie van de beginoplossing is opgegeven als 37% (massaprocent). De echte waarde ligt dus tussen de 36,5% en 37,5%. Je hebt hier twee significante cijfers. Dus je eindantwoord kan ook maar twee significante cijfers hebben. Reken het maar eens door met een concentratie van 36,5% en 37,5%. Zie ook de bijdrage van 11 februari 2021 om 19:24 hierboven.

    Dus goed bezig, maar hou het scherp, en let op de significante cijfers.

    Groeten van Kees

    • Deze reactie is gewijzigd 4 maanden, 3 weken geleden door Kees.
    #2284 Reageer
    Ronald
    Gast

    Stel dat ik een drukvat/buffervat heb van b.v. 1.000 liter lucht met een uitgangsdruk van 1 bar. Wat gebeurt er als ik daar met een compressor 1.000 liter lucht (of een hoeveelheid ‘N’) bij in pomp?

    Mijn uitgangspunt is de ideale gaswet: P x V / N x T = constant. Dus als ik N in het vat 2x zo groot maak, wordt de druk in het vat dan simpelweg 2x zo groot? (zegge: 2 bar) Of begint de temperatuur a.g.v. die drukverhoging ook op te lopen, waardoor de druk minder hoog uitkomt?

    Alvast bedankt!

13 berichten aan het bekijken - 1 tot 13 (van in totaal 13)
Reageer op: Chemisch rekenen
Mijn informatie:



vraagbaak icoon Reactiemechanismen
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
Reactiemechanismen
Ik kom niet uit het ionair reactiemechanisme van dibroom en broommethaan waarbij dibroommethaan ontstaat.
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon vraag 17 2002 tijdvak 1
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
vraag 17 2002 tijdvak 1
In mijn scheikunde boek kwam een oud examen opgave van 2002 tijdvak 1 vraag 17. Ik snap er dus helemaal niks van. Zouden jullie mij kunnen helpen met hoe je dit soort vragen beantwoord en hoe zei op het antwoord kwamen?
Bekijk vraag & antwoord
studiehulp icoon Organische chemie - naamgeving
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Organische chemie - naamgeving
Oefentoets over organische chemie - naamgeving voor vwo 4.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Molariteit
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Molariteit
Oefentoets over molariteit.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Gehaltes
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Gehaltes
Oefentoets over rekenen aan volume, massa, dichtheid en ppm.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Energie
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Energie
Deze oefentoets bestaat uit drie vragen over het onderwerp energie. De uitwerking vind je na het openen van alle hints. Let op, als er geen ‘Controleer antwoord’ knop staat, moet je zelf je antwoord controleren met behulp van de hints en uitwerking.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Evenwichten
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Evenwichten
Oefentoets over evenwichtsreacties.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Bindingen
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Bindingen
Oefentoets over bindingen (atoom, vanderwaals, etc).
Bekijk de toets
studiehulp icoon Atoombouw
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Atoombouw
Oefentoets over atoombouw en isotopen.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Zuren-basen
Scheikunde | Havo | 5
Oefentoets
Zuren-basen
Oefentoets over zuur-basereacties en pH berekenen.
Bekijk de toets

Inloggen voor experts