Moleculaire stoffen mengen
Over de vraagbaak

Vraagbaak scheikunde

Moleculaire stoffen mengen

15 berichten aan het bekijken - 1 tot 15 (van in totaal 21)
  • Auteur
    Berichten
  • #2060 Reageer
    Tim
    Gast

    ik begrijp niet wanneer moleculaire stoffen oplossen
    met h brugge, polair, apolair

    #2061 Reageer
    Patrick
    Gast

    Hallo Tim,
    Stoffen lossen op in oplosmiddelen. Maar je moet niet vergeten dat er polaire (zoals bijvoorbeeld water) en apolaire (zoals bijvoorbeeld wasbenzine) oplosmiddelen zijn. Moleculaire stoffen lossen op in oplosmiddelen met gelijkaardige stof eigenschappen. Hydrofiele stoffen lossen op in hydrofiele oplosmiddelen (zoals water). Hydrofobe stoffen lossen op in hydrofobe oplosmiddelen (zoals wasbenzine). Om te bepalen of stoffen dus oplossen moet je kijken of ze matchen qua polaire of apolaire eigenschappen. Het vormen van H-bruggen is nog een extra eigenschap die kan optreden bij polaire stoffen maar is geen vereiste voor het oplossen.

    #2062 Reageer
    Tim
    Gast

    dankuwel alvast!
    Allee ik begrijp nu dat polair oplost in polair en apolair in apolair, alleen wij hadden op school practicum gedaan en toen zagen we dat apolaire stoffen soms ook weer oplossen in polaire stoffen door h-bruggen dacht ik wat is hier precies de verklaring voor en welke stoffen zijn dit

    #2063 Reageer
    C3 JongerenCommunicatie
    Sleutelbeheerder

    Hallo Tim, Een stof kan alleen H-bruggen vormen met een andere stof als beide stoffen O-H of N-H bindingen hebben. Er is een uitzondering: als slechts één van de stoffen een O-H of N-H groep bevat en de andere stof een H-ontvangende groep (zoals bijv een C=O binding), dan kan er ook een H-brug gevormd worden. Apolaire stoffen hebben geen O-H en N-H groepen (en ook geen H-ontvangende groepen) en kunnen dus geen H-bruggen vormen met andere moleculen. Een veel voorkomend practicum is het oplossen van jood (I2) in water en wasbenzine. Jood is apolair maar lost ook een beetje op in het polaire oplosmiddel water maar lost veel meer op in wasbenzine. Maar dit oplossen in water gaat niet via H-bruggen. Je hebt uiteraard stoffen die zowel polaire en apolaire eigenschappen hebben (zoals bijvoorbeeld aceton) en dit lost dus op in zowel water en in wasbenzine. Ik kan je niet helemaal volgen over welke apolaire en polaire stoffen jij het precies hebt. Als je me de stoffen exact zou kunnen noemen, dan kan ik specifieker op die oplos-combinaties reageren.

    #2064 Reageer
    Tim
    Gast

    Ik bedoelde zoals u zegt bijvoorbeeld de stof aceton of hydrazine, want hydrazine is apolair maar mengt dan wel weer met water waarom?

    #2065 Reageer
    C3 JongerenCommunicatie
    Sleutelbeheerder

    Hallo Tim, Laten we beginnen met aceton: H3C-CO-CH3. Ik heb het zo opgeschreven om te laten zien dat de C=O in het midden zit. Aan het uiteinde zit aan beide kanten een methyl groep, CH3. Deze is apolair. Hierdoor is aceton oplosbaar in apolaire oplosmiddelen. In het midden zit de C=O groep. Deze groep heeft een delta- en een delta+ kant vanwege het verschil in elektronegativiteit dus is een polaire binding. Het zuurstofatoom kan vanwege de delta- lading een H-brug vormen met het H-atoom (= delta+) van een watermolecuul. Hierdoor lost aceton ook op in een polair oplosmiddel zoals water door het vormen van H-bruggen.
    Nu hydrazine: H2N-NH2. De N-H binding is zoals je weet polair en kan H-bruggen vormen met water. Dus er zijn in principe 4 N-H bindingen die allemaal H-bruggen kunnen vormen. Dus hydrazine zal zeer goed oplossen in water. Maar als je kijkt naar de bouw van hydrazine dan kan je op het verkeerde been gezet worden. Als je het in een platvlak tekent (zie plaatje hydrazine-2D) dan zie aan beide kanten de 2 H atomen uitsteken waarop het LIJKT dat dit een symmetrisch molecuul is. Bij een symmetrisch molecuul heb je geleerd dat de verschillende delta- en delta+ ladingen elkaar opheffen waardoor het gehele molecuul als apolair molecuul wordt aangeduid. Maar de symmetrie is afwezig bij de 3D weergave. Je weet waarschijnlijk ook dat op het N-atoom nog een vrij elektronenpaar aanwezig is waardoor de omringing van het N-atoom een tetraëder is (zie plaatje hydrazine-3D). Uit dit 3D plaatje zou je nu moeten begrijpen dat hydrazine wel goed oplost in water, en eigenlijk dus ook een polair molecuul is.

    #2068 Reageer
    Tim
    Gast

    oke ik denk dat het duidelijk is heel erg bedankt, alleen verwarrend dat wij op school aan moeten nemen dat hydrazine apolair is want zoals u het uitlegt is het wel duidelijk 🙂

    #2069 Reageer
    Tim
    Gast

    oh een klein vraagje nog is aceton dan een dipool-molecuul

    #2070 Reageer
    C3 JongerenCommunicatie
    Sleutelbeheerder

    Hydrazine is ook een lastige. Mijns inziens maakt het niet zoveel uit of je dat polair of apolair noemt. Belangrijkste is te begrijpen hoe het molecuul in 3D eruit ziet en dan beredeneren hoe het zal reageren.
    Aceton is inderdaad een dipoolmolecuul.
    Fijn dat je het nu begrijpt.

    Een fijne jaarwisseling gewenst.

    #2071 Reageer
    Theo
    Gast

    Goedemiddag! toevallig was ik hier ook over na aan het denken ik heb dit schema bedacht alleen weet ik niet zeker of dit klopt

    Apolair of polair
    Een stof is polair wanneer deze een ladingsverschil heeft, het molecuul heeft een plus en een minkant en is dus een dipool-molecuul. Voorbeelden: fluormethaan, water en methanol.

    Een stof is apolair als de stof geen ladingsverschil heeft (de atoombindingen kunnen wel polair zijn maar de ladingen, vallen opgeteld weg)

    Zonder O-H of N-H
    apolair apolair mengt goed
    polair polair mengt goed
    apolair polair mengt niet
    Opmerking sommige moleculen zijn zowel polair als apolair, als je ze wil mengen moet de gemeenschappelijke polariteit overheersend zijn.

    Met O-H of N-H
    polair met h-brug vormende of ontvangende groepen water goed
    polair zonder h-brug vormende of ontvangende groepen water niet
    apolair met h-brug vormende of ontvangende groepen water wel/niet, ligt eraan hoe groot het hyrdofobe gedeelte is
    apola zonder h-brug vormende of ontvangende groepen water niet
    Opmerking sommige moleculen zijn zowel polair als apolair, als je ze wil mengen moet de gemeenschappelijke polariteit overheersend zijn.

    H brug vormers en ontvangers
    H-brugvormende groepen
    H-brugontvangende groepen

    #2072 Reageer
    C3 JongerenCommunicatie
    Sleutelbeheerder

    Hallo Theo,
    Je schema klopt aardig. Maar het lastige van zo’n schema is dat er altijd uitzonderingen of speciale gevallen zijn die dan weer niet in je schema staan.
    Ik heb een beetje moeite om je algemene uitleg bij ‘Met O-H of N-H’ te begrijpen. En dan met name: “polair zonder h-brug vormende of ontvangende groepen water niet.” Als ik kijk naar het molecuul O=S=O (SO2). Het S-atoom heeft hier nog een vrij elektronen paar en dus is de omringing van S 3 en dat zorgt voor een trigonale structuur in het platte vlak. Hierdoor is de bindingshoek in het molecuul ~120 graden (ietsjes kleiner door het vrije elektronenpaar maar dat is voor nu niet belangrijk). Door de hoek in het molecuul en de polaire bindingen is SO2 wel degelijk een polair molecuul. en een di-pool. Maar kan gaan H-bruggen met water vormen. Dus SO2 is in jouw definitie “polair zonder H-brug vormende of ontvangende groep” maar is WEL oplosbaar in water.
    Ik denk dat je het prima begrijpt en probeer niet zo strak in een schema te denken en alles proberen vast te leggen. Bekijk het van geval tot geval en probeer goed na te denken elke keer opnieuw.

    #2073 Reageer
    Tim
    Gast

    oh dit is wel erg fijn zon schema alleen dus het klopt niet altijd? zou u dat erbij willen zetten in welke gevallen dat dan precies is?

    #2074 Reageer
    C3 JongerenCommunicatie
    Sleutelbeheerder

    Hallo Tim,
    Zoals ik al zei tegen Theo is dit schema redelijk compleet en goed te gebruiken. Maar ik heb mijn opmerkingen geplaatst bij de omschrijving van de “polair zonder H-brug” en een voorbeeld gegeven Ik ben een voorstander om te begrijpen hoe dit onderwerp in elkaar steekt i.p.v. een standaard schema van buiten te leren. Ik maak om die reden dus ook geen schema voor mijn leerlingen. Er zullen altijd speciale gevallen zijn die moeilijk zijn te pakken in een schema. Ik zou de volgende vragen hanteren:
    1. Belangrijkste is het bekijken of er alleen apolaire bindingen zijn in een molecuul of zijn er ook polaire bindingen?
    2. Als er polaire bindingen aanwezig zijn, is het hele molecuul dan ook een dipool (kijk hierbij naar 3D bouw en niet naar een tekening in 2D)?
    3. Als er polaire en apolaire groepen zijn, schat de verhouding van beide groepen in om te begrijpen hoe de oplosbaarheid in polaire en apolaire oplosmiddelen.
    Ik hoop dat je hiermee vooruit kunt.

    #2080 Reageer
    Tim
    Gast

    oh ja dit is ook wel handig maar als een molecuul een o-h groepje heeft en heel veen ctjes en htjes dus geen polaire bindingen behalve dat ene groepje dan beschouw je de stof als apolair maar als je het niet over mengen hebt is dit dan een polaire stof of een apolaire en is het ook een dipool?

    #2083 Reageer

    Hoi Tim,

    Dit is een mooi voorbeeld van hoe je de polariteit bepaalt van grote(re) moleculen en wat het effect is op het mengen van stoffen. Laten we eens jouw voorbeeld nemen van een molecuul met één polaire groep (-OH) en voor de rest CH2 groepen. De stof zal inderdaad vooral apolair zijn door die lange koolwaterstofstaart waardoor de polaire groep weinig effect heeft.

    Echter, wat belangrijk is om te beseffen, is dat het te simpel is om dat hele molecuul apolair te noemen want het polaire gedeelte kan weldegelijk zorgen voor interessante effecten; niet alleen als je het mengt met een andere stof, maar ook als je het laat mengen met zichzelf! Misschien heb je van celmembranen gehoord die bestaan uit een fosfolipide dubbellaag (zie afbeelding). De situatie in een fosfolipide lijkt erg op jouw situatie, namelijk een polaire kop (hydrofiel) en een lange, apolaire staart (hydrofoob). In de eerste instantie zou je zeggen dat een fosfolipide apolair is door de koolwaterstofstaart, maar door de polaire kop is het molecuul zowel polair als apolair. Juist deze combinatie van polair/apolair is cruciaal om cellen intact te houden.

    Dus over het algemeen kan je zeggen dat een molecuul met één OH groep en veel CH2 groepen apolair is, maar wanneer je verder in detail treedt, moet je toch ook in je achterhoofd houden dat het molecuul gedeeltelijk polair is.

    Tot slot: een dipool blijft aanwezig, ook als je de koolstofstaart langer maakt. Misschien verminder je het effect van de dipool over het hele molecuul als je het molecuul groter maakt, maar de -OH groep blijft gepolariseerd.

15 berichten aan het bekijken - 1 tot 15 (van in totaal 21)
Reageer op: Moleculaire stoffen mengen
Je informatie:



vraagbaak icoon pH
Scheikunde | Havo | 5
Vraag
pH
Een regenton is gevuld met 200 liter water, waarvan de pH 5,5 is. Je moet natriumhydroxide korreltjes gebruiken om de pH neutraal te maken (pH 7). Elk korreltje weegt 0,025 gram. Hoeveel korreltjes heb je nodig om het water neutraal te maken?
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon redoxreactie
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
redoxreactie
hallo, wilt u bij deze reacties voor mij het antwoord geven want ik heb ze gemaakt maar ik heb geen antwoorden en ik weet niet of ik het goed gedaan heb. 1. geef de half reacties en de totaal reactie  wanneer fosforigzuur (H3PO3) aan een kaliumnitraatoplossing wordt toegevoegd/ 2. geef de half reacties en de […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Redox waterstofperoxide
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Redox waterstofperoxide
Hoi In mijn scheikundeboek staat een opdracht over waterstofperoxide dat zich als oxidator en als zuurstof gedraagt. vraag a: ‘Je kunt je haar bleken met een H2O2 oplossing. Niet H2O2 zelf is dan de oxidator, maar zuurstof die uit H2O2 ontstaat. Geef de halfreactie voor het ontstaan van zuurstof uit H2O2. en vraag b: ‘De […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Redox waterstofperoxide
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Redox waterstofperoxide
Hoi In mijn scheikundeboek staat een opdracht over waterstofperoxide dat zich als oxidator en als zuurstof gedraagt. vraag a: 'Je kunt je haar bleken met een H2O2 oplossing. Niet H2O2 zelf is dan de oxidator, maar zuurstof die uit H2O2 ontstaat. Geef de halfreactie voor het ontstaan van zuurstof uit H2O2. en vraag b: 'De […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon koolwaterstoffen nummering
Scheikunde | Vwo | 4
Vraag
koolwaterstoffen nummering
hoe weet je welk deel van een koolwaterstof het laagste nnummer heeft?
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Redox en groene chemie
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Redox en groene chemie
Geachte iemand, voor het vak scheikunde heb ik een SE over redox en groene chemie gemaakt, hiervoor heb ik een 2,8 terwijl ik dacht dat het best oké ging. Binnenkort heb ik de herkansing. Vandaar mijn vraag; ‘hoe en met welke methode/materiaal kan ik het beste voor deze onderwerpen leren?’
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Chemisch rekenen de molariteit
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
Chemisch rekenen de molariteit
De oplosbaarheid van alunogeniet in water is 360 g/L bereken hiermee de molariteit van de aluminiumionen in een verzadigde oplossing van alunogeniet in water bij 20 graden
Bekijk vraag & antwoord
studiehulp icoon Olieverdamper
NaSk1 | Vmbo | 4
Eindexamen
Olieverdamper
Vragen 1 t/m 6 uit eindexamen NaSk 1 vmbo-gl en vmbo-tl 2021 tijdvak 2.
Lees meer
studiehulp icoon Carnavalsoptocht
NaSk1 | Vmbo | 4
Eindexamen
Carnavalsoptocht
Vragen 7 t/m 10 uit eindexamen NaSk 1 vmbo-gl en vmbo-tl 2021 tijdvak 2.
Lees meer
studiehulp icoon Fietsen
NaSk1 | Vmbo | 4
Eindexamen
Fietsen
Vragen 11 en 12 uit eindexamen NaSk 1 vmbo-gl en vmbo-tl 2021 tijdvak 2.
Lees meer

Inloggen voor experts