Redox
Over de vraagbaak

Vraagbaakscheikunde.nl

Redox

  • Dit onderwerp is leeg.
8 berichten aan het bekijken - 1 tot 8 (van in totaal 8)
  • Auteur
    Berichten
  • #1580 Reageer
    Britt
    Gast

    Pb (s) + SO42- (aq) -> PbSO4 (s) + 2 e-
    Pb02 (s) + 4 H+ (aq) + SO42- (aq) + 2 e- -> PbSO4 (s) + 2 H2O

    1. welke stof is hier de reductor en welke de oxidator?
    2. wat is hier de totale reactie?
    3. welke stof/stoffen slaan neer bij stroomlevering?

    #1581 Reageer
    mui
    Gast

    Dag Britt,

    1. Je weet wat een reductor doet. een reductor is een deeltje dat elektronen afstaat. In de eerste halfvergelijking moet je dus gaan kijken naar de ladingen van de bij de deeltjes betrokken reacties. Van één van die deeltjes moet die dus veranderd zijn. Voor de reactie heb je neutrale Pb-atomen en sulfaationen. Na de reactie heb je loodsulfaat. Dit is een zout dat opgebouwd is uit Pb2+ – ionen en sulfaationen. De sulfaationen zijn uiteraard niet veranderd, maar de looddeeltjes wel: Deze zijn overgegaan van neutrale Pb-ionen naar positieve Pb2+ – ionen. Het loodatoom is bij deze reactie dus het deeltje geweest dat de elektronen heeft afgestaan. De stof lood is dus de reductor.

    Als je bovenstaande begrepen hebt kun je denk ik wel de oxidator beredeneren in de tweede halfvergelijking. Probeer het maar en stuur je antwoord in deze vraagbaak op. Ik zal reageren en als het nog niet helemaal goed is nieuwe aanwijzing(en) geven.

    2. De totale reactievergelijking krijg je door beide halfvergekijkingen bij elkaar op te tellen. Dit moet in een zodanige verhouding gebeuren dat in de totaalvergelijking geen elektronen staan ( de elektronen moeten ergens in deeltjes blijven). Bij jou is het simpel: In de bovenste halfvergelijking komen twee elektronen vrij, in de onderste halfvertgelijking worden twee elektronen opgenomen . Je kunt beide halfvergelijkingen dus in de verhouding 1:1 bij elkaar optellen. Na het optellen moet je nog kijken of er links en rechts van de pijl dezelfde deeltjes staan. Als dat het geval is, kun je die (gedeeltelijk) tegen elkaar wegstrepen zodat er een “nette” vergelijking overblijft. Op het eindexamen (en dus naar ik aannneem op het schoolexamen) wordt dit belangrijk gevonden.
    Probeer dit verhaal te vertalen naar de totaalvergelijking. Uiteraard zxal ik commentaar leveren.

    3. Stoffen die bij stroomlevering neerslaan zijn vaste stoffen. Omdat in een accu geconcentreerde zwavelzuuroplossing aanwezig is, weet je dat de stoffen die neerslaan niet in water oplosbaar zijn.
    Nu jij weer.

    Succes en ik hoor van je

    Mui

    #1582 Reageer
    Britt
    Gast

    Bedankt voor uw antwoord.
    Ik denk dat de H+ de oxidator is, omdat er na de pijl waterstaat en geen H+ meer.

    Ik denk dat de totale reactie dit zal zijn;

    PbSO4 + 2 H2O -> Pb + SO42- + PbO2 + 4 H+ + 2 SO42-

    Ik snap alleen nog steeds niet wat nou het antwoord is op mijn derde vraag.

    #1583 Reageer
    mui
    Gast

    Dag Britt

    1. Je hebt een begrijpelijke foutje gemaakt.
    Eerst de aanwijzing voor een verdere verbetering:
    Ook PbO2 is een zout.
    Vraag: Uit welke ionen is PbO2 opgebouwd? Van welk ion is de lading dus veranderd? Wat heeft dat ion daarvoor moeten doen? -> antwoord

    De rol van H+ : H+ is eigenlijk een hulpje van de oxidator. Hoe groter de {H+], des te sterker is de oxidator.

    2. Dit is nog niet goed. Wat in de halfvergelijkingen voor de pijl staat, komt in de totaalvergelijking ook voor de pijl. Dit geldt ook voor de deeltjes na de pijl.
    Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

    3. Dat zou kunnen komen omdat vraag 2. nog niet goed beantwoord is. Op nieuw proberen. Succes

    Als je reageert zal ik weer op jou reactie reageren

    Mui

    #1584 Reageer
    Britt
    Gast

    1. PbO2 is opgeboud uit Pb+ en O2-
    dus de reductor is O2-

    2. de totaalreactie;
    Pb + 3 SO42- + PbO2 + 4 H+ -> 2 pbSO4 + 2 H2O

    3. de stof die neerslaat is PbSO4

    #1585 Reageer
    mui
    Gast

    Dag Britt,

    1. Je maakt een fout bij PbO2. Je weet dat zouten neutrale stoffen zijn en je weet dat het oxide-ion als formule O2- heeft. Tot zover gaat het goed.
    Maar: 2 oxide-ionen hebben dus een gezamenlijke lading 4-. Om PbO2 neutraal te laten zijn, moet het loodion in PbO2 dus een lading 4+ hebben.
    Nu jij weer verder.

    2. Nog niet helemaal goed. In beide halfvergelijkingen komt 1 sulfaation voor. Na optellen dus?…….,.

    3. Bingo

    Ik denk dat met nog 1 keer reageren, je er bent. Ik houd het in de gaten. Succes.

    Groet
    Mui

    #1586 Reageer
    Britt
    Gast

    1. de oxidator is dus PbO2 ?

    2. Pb + 2 SO42- + PbO2 + 4 H+ -> 2 PbSO4 + 2 H2O

    3. Is het alleen PbSO4 of ook nog PbO2 ?

    #1587 Reageer
    mui
    Gast

    1. Inderdaad: PbO2 is de oxidator omdat Pb4+ in PbO2 overgaat in Pb2+ in PbSO4. Daarvoor moeten per PbO2 deeltje twee elektronen worden opgenomen.

    2. Helemaal goed. Heb je je in de vorige ronde vergist? of zat er een chemische fout achter?

    3. Het is alleen PbSO4. Deze stof wordt nl gevormd. PbO2 kan niet neerslaan tijdens de reactie omdat deze stof juist omgezet wordt en dus tijdens de reactie in hoeveelheid afneemt

    Voor mijn gevoel is het nu wel klaar, maar als jij daar anders over denkt dan reageer je maar.
    In ieder geval : Veel succes met de rest van de scheikunde

8 berichten aan het bekijken - 1 tot 8 (van in totaal 8)
Reageer op: Redox
Mijn informatie:



vraagbaak icoon Reactiemechanismen
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
Reactiemechanismen
Ik kom niet uit het ionair reactiemechanisme van dibroom en broommethaan waarbij dibroommethaan ontstaat.
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon vraag 17 2002 tijdvak 1
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
vraag 17 2002 tijdvak 1
In mijn scheikunde boek kwam een oud examen opgave van 2002 tijdvak 1 vraag 17. Ik snap er dus helemaal niks van. Zouden jullie mij kunnen helpen met hoe je dit soort vragen beantwoord en hoe zei op het antwoord kwamen?
Bekijk vraag & antwoord
studiehulp icoon Organische chemie - naamgeving
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Organische chemie - naamgeving
Oefentoets over organische chemie - naamgeving voor vwo 4.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Molariteit
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Molariteit
Oefentoets over molariteit.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Gehaltes
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Gehaltes
Oefentoets over rekenen aan volume, massa, dichtheid en ppm.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Energie
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Energie
Deze oefentoets bestaat uit drie vragen over het onderwerp energie. De uitwerking vind je na het openen van alle hints. Let op, als er geen ‘Controleer antwoord’ knop staat, moet je zelf je antwoord controleren met behulp van de hints en uitwerking.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Evenwichten
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Evenwichten
Oefentoets over evenwichtsreacties.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Bindingen
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Bindingen
Oefentoets over bindingen (atoom, vanderwaals, etc).
Bekijk de toets
studiehulp icoon Atoombouw
Scheikunde | Vwo | 4
Oefentoets
Atoombouw
Oefentoets over atoombouw en isotopen.
Bekijk de toets
studiehulp icoon Zuren-basen
Scheikunde | Havo | 5
Oefentoets
Zuren-basen
Oefentoets over zuur-basereacties en pH berekenen.
Bekijk de toets

Inloggen voor experts