nucleofiele additie
Over de vraagbaak

Vraagbaakscheikunde.nl

nucleofiele additie

2 berichten aan het bekijken - 1 tot 2 (van in totaal 2)
  • Auteur
    Berichten
  • #150321 Reageer
    Timmy
    Gast

    Hoe kan je weten welke moleculen in reactie met een nucleofiel het meest reactiefst zijn? Ik dacht om te kijken naar de leaving group en te zien hoe stabiel deze is. Maar wat moet je doen als je meer groepen hebt bijvoorbeeld een benzeenring met een nitrogroep en een chloor aan?

    #150322 Reageer
    docent Dick
    Expert

    Beste Timmy,

    Je eerste vraag: ‘Welke moleculen zijn in reactie met een nucleofiel het meest reactief?” is best een lastige vraag.

    Bij een nucleofiel reactie heb je allereerst een onderscheid tussen SN1 en SN2.

    Je hebt een beginstof en een nucleofiel. Doorgaans heb je geen twee mogelijke beginstoffen.

    Dus hier speelt geen concurrentie een rol.

    Omdat de reactie in een oplosmiddel plaatsvindt, een nucleofiel.

    Bijv. een reactie tussen 1-chloorbutaan en natronloog. In dat geval zijn er twee nucleofiele deeltjes mogelijk: H2O en OH .

    In dat geval kun je zeggen : hoe geconcentreerder de lading, hoe reactiever een nucleofiel. Dus OH (O met een ‘echte” – lading) is een sterkere nucleofiel dan H2O (met een partiele – lading op de O).

    De twee vraag begrijp ik niet goed. Bedoel ik je zoiets als: 1-chloor-2-nitrobenzeen als beginstof met een nucleofiel en dan de vraag: wie is de leaving groep Cl  of NO2?

    Is je eerste vraag beantwoord?

    Is je tweede vraag begrepen of bedoel je iets anders?

    Met vriendelijke groet,

    Docent Dick

     

2 berichten aan het bekijken - 1 tot 2 (van in totaal 2)
Reageer op: nucleofiele additie
Mijn informatie:



vraagbaak icoon fosfaat concentratie, practicum
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
fosfaat concentratie, practicum
Hai! Ik heb binnekort een practicum waarvoor ik de concentratie fosfaat in een onbekende oplossing moet vinden. De oplossing bestaat uit alleen water en fosfaat. Colormetrie en tiratie mogen niet gebruikt worden. Nu vroeg ik me af wat ik wel als methode kan gebruiken? Danku!
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Batterij
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
Batterij
Er is een elektrochemische cel met twee halfcellen A en B. In halfcel A met oplossingen van ijzer(III)chloride en ijzer(II) chloride vindt de volgende reactie plaats: Fe3+ + e− → Fe 2+ Leg uit of de elektrode in deze halfcel een positieve of negatieve elektrode is. Juiste antwoord: positief Er worden elektronen opgenomen, waardoor de […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon titratie bloedsinaasappel
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
titratie bloedsinaasappel
Hey, Ik krijg de volgende gegevens: - 50mL sinaasappelsap - 50mL wordt 10x verdunt - 10mL van verdunning wordt gepipetteerd - geen indicator, omdat anthocyanen kleuromslag geeft van rood naar groen/blauw bij de neutralisatie van de derde zuurfunctie (ik weet ook niet wat dit betekend) - er wordt getitreerd met 0,0104M 15,30mL natronloog - het […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Een zuur-base reactie
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Een zuur-base reactie
Hallo, Voor school moet ik een prakticum doen. Hiervoor moet ik de concentratie van fosfaat in oppervlakte water achterhalen. Nu heb ik twee vragen. Voor het practicum moet je zelf twee methodes bedenken. Dit mag geen colormetri zijn. Nu heb ik bedacht om een zuur-base titratie te doen. Nu vroeg ik me af wat ik […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Zuur base van hydraten
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
Zuur base van hydraten
Beste allemaal, als proef hebben we de geleidbaarheid moeten bepalen van koper(II)chloride-6-hydraat, magnesiumchloride-2-hydraat en bariumchloride-2-hydraat. Het gaat dan om het verschil in geleidbaarheid tussen de 3 verschillende 2+ ionen, namelijk Cu2+, Mg2+ en Ba2+. Onze hypothese was dat get kleinste ion het beste zou geleiden maar het resultaat was dat Ba2+ duidelijk het beste geleid, […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Zuur-base, practicum
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Zuur-base, practicum
Hallo ik snap dit practicum niet. Zou iemand kunnen helpen/checken of wat ik heb goed is (er is wel een beetje haast, maar ik wil niemand laten haasten ofzo (sorry daarvoor). Practica 6: ‘Buis 6a bevat 2,0 mL ijzer(III)nitraat oplossing. a. ‘Voeg hierbij enkele druppels methyloranje.’ ‘Buis 6b bevat 2,0 mL jzer(III)nitraat oplossing.’ b. ‘Voeg […]
Bekijk vraag & antwoord
studiehulp icoon Hulp nodig bij je bèta profielwerkstuk?
Biologie | Natuurkunde | Scheikunde | Wiskunde | Havo | Vmbo | Vwo
Leertip
Hulp nodig bij je bèta profielwerkstuk?
Je kunt terecht bij alle bèta universiteiten in Nederland.
Bekijk de tip
studiehulp icoon Polymeren
Scheikunde | Vwo | 6
Oefentoets
Polymeren
Oefentoets over polymeren en polymerisatiereacties.
Bekijk de toets
vraagbaak icoon Geleiding verschillende 2+ ionen
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
Geleiding verschillende 2+ ionen
Op school een proef moeten doen over verschil in geleidbaarheid van koperchloride-hydraat, magnesiumchloridehydraat en bariumchloridehydraat waarbij het gaat over het verschil in geleidbaarheid van Cu2+, Mg2+ en Ba2+ ionen. Het blijkt dat barium het best geleidt. Weet iemand waarom dit zo is? Barium is wel het grootste ion.
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon hydraat oplossen
Scheikunde | Wo | 1
Vraag
hydraat oplossen
Ik loop helemaal vast bij deze vraag. Hoeveel gram Ni(NO3)2.6H2O dient in 100,0 g water opgelost te worden om een oplossing met 1,20 massa% nikkelionen te bekomen ? Ik heb als reactievergelijking opgesteld Ni(NO3)2.6H2O (s) --> Ni2+ (aq) + 2NO3- (aq) + 6H2O(l) Daarna had ik de mol van water uitgereken n = 100/ (18,015*6) […]
Bekijk vraag & antwoord

Inloggen voor experts