Zuren en basen
Over de vraagbaak

Vraagbaak scheikunde

Zuren en basen

2 berichten aan het bekijken - 1 tot 2 (van in totaal 2)
  • Auteur
    Berichten
  • #2656 Reageer
    Tugce
    Gast

    Beste,

    Ik zal de vraag hier formuleren om het duidelijk te maken.

    ” 2, 51 g van het zwakke zuur HA vereist 27,36 ml 0,5106 mol/L NaOH om exact alle HA te laten reageren.

    Wanneer aan 2,51g HA 27,36 ml 0,5106 mol/L NaOH en 10,00 mL 0,4524 mol/L HCl wordt toegevoegd met een pH van 3,60

    1) Bereken dan de Ka waarde voor HA
    2) Bereken de pH wanneer aan 2,51 g HA 27,36 ml 0,5106 werd toegevoegd”

    Wat ik niet begrijp is, hebben we exact die concentratie aan NaOH nodig om alle HA te laten wegreageren? want ik ging er vanuit dat de stofhoeveelheden van NaOH en HA hetzelfde waren. Maar kan er bv een overmaat blijven aan NaOH wanneer HA helemaal wegreageert?

    Hoe moet ik juist beginnen aan deze vraag?

    Kunt u me alstublieft verder helpen met deze vraag want ik ben erg in de war.

    Alvast bedankt voor uw tijd.

    Met vriendelijke groeten,
    Tugce

    #2662 Reageer

    Hallo Tugce,

    Zin 1. geeft titratiegegevens, waarmee je de hoeveelheid HA en dus ook de hoeveelheid A- bij het equivalentiepunt kunt berekenen.
    Samen met het eindvolume* is [A-] te berekenen.

    Zin 2. is niet juist weergegeven( door de maker of door jou):
    Wanneer aan 2,51g HA 27,36 ml 0,5106 mol/L NaOH en 10,00 mL 0,4524 mol/L HCl wordt toegevoegd MET EEN pH VAN 3,60
    Dat moet waarschijnlijk zijn:
    Wanneer aan 2,51g HA 27,36 ml 0,5106 mol/L NaOH en 10,00 mL 0,4524 mol/L HCl wordt toegevoegd WORDT DE pH 3,60
    Na reactie met HCl krijg je een andere [A-] en een andere [HA]. Bij het berekenen hiervan moet je rekening houden met het nieuwe eindvolume*(hier niet zo belangrijk, want ze vallen tegen elkaar weg in de concentratiebreuk). En je hebt natuurlijk een [H3O+], zodat je Ka kunt berekenen aan de hand van de evenwichtsvoorwaarde.
    Vraag 2. Er is sprake van een basische oplossing, dus je hebt de Kb(A-) nodig. Hoe bereken je die? Omdat je [A-] bij het eindpunt van de titratie kent(bij benadering) kun je met de evenwichtsvoorwaarde de [OH-] berekenen en dus de pH. Wel controleren of je [A-] gelijk mag stellen aan [A-]0, de beginmolariteit voordat het evenwicht zich instelt.
    * Dit volume kun je in feite niet berekenen, omdat niet bekend is in hoeveel mL oplossing die 2,51 g. HA was opgelost.

    Hopelijk neemt dit verhaal wat van de verwarring weg. Geef even aan of dit voldoende is.

    Succes en groet,

    Jan Wim Peters

2 berichten aan het bekijken - 1 tot 2 (van in totaal 2)
Reageer op: Zuren en basen
Je informatie:



vraagbaak icoon pH
Scheikunde | Havo | 5
Vraag
pH
Een regenton is gevuld met 200 liter water, waarvan de pH 5,5 is. Je moet natriumhydroxide korreltjes gebruiken om de pH neutraal te maken (pH 7). Elk korreltje weegt 0,025 gram. Hoeveel korreltjes heb je nodig om het water neutraal te maken?
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon redoxreactie
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
redoxreactie
hallo, wilt u bij deze reacties voor mij het antwoord geven want ik heb ze gemaakt maar ik heb geen antwoorden en ik weet niet of ik het goed gedaan heb. 1. geef de half reacties en de totaal reactie  wanneer fosforigzuur (H3PO3) aan een kaliumnitraatoplossing wordt toegevoegd/ 2. geef de half reacties en de […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Redox waterstofperoxide
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Redox waterstofperoxide
Hoi In mijn scheikundeboek staat een opdracht over waterstofperoxide dat zich als oxidator en als zuurstof gedraagt. vraag a: ‘Je kunt je haar bleken met een H2O2 oplossing. Niet H2O2 zelf is dan de oxidator, maar zuurstof die uit H2O2 ontstaat. Geef de halfreactie voor het ontstaan van zuurstof uit H2O2. en vraag b: ‘De […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Redox waterstofperoxide
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Redox waterstofperoxide
Hoi In mijn scheikundeboek staat een opdracht over waterstofperoxide dat zich als oxidator en als zuurstof gedraagt. vraag a: 'Je kunt je haar bleken met een H2O2 oplossing. Niet H2O2 zelf is dan de oxidator, maar zuurstof die uit H2O2 ontstaat. Geef de halfreactie voor het ontstaan van zuurstof uit H2O2. en vraag b: 'De […]
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon koolwaterstoffen nummering
Scheikunde | Vwo | 4
Vraag
koolwaterstoffen nummering
hoe weet je welk deel van een koolwaterstof het laagste nnummer heeft?
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Redox en groene chemie
Scheikunde | Vwo | 5
Vraag
Redox en groene chemie
Geachte iemand, voor het vak scheikunde heb ik een SE over redox en groene chemie gemaakt, hiervoor heb ik een 2,8 terwijl ik dacht dat het best oké ging. Binnenkort heb ik de herkansing. Vandaar mijn vraag; ‘hoe en met welke methode/materiaal kan ik het beste voor deze onderwerpen leren?’
Bekijk vraag & antwoord
vraagbaak icoon Chemisch rekenen de molariteit
Scheikunde | Vwo | 6
Vraag
Chemisch rekenen de molariteit
De oplosbaarheid van alunogeniet in water is 360 g/L bereken hiermee de molariteit van de aluminiumionen in een verzadigde oplossing van alunogeniet in water bij 20 graden
Bekijk vraag & antwoord
studiehulp icoon Olieverdamper
NaSk1 | Vmbo | 4
Eindexamen
Olieverdamper
Vragen 1 t/m 6 uit eindexamen NaSk 1 vmbo-gl en vmbo-tl 2021 tijdvak 2.
Lees meer
studiehulp icoon Carnavalsoptocht
NaSk1 | Vmbo | 4
Eindexamen
Carnavalsoptocht
Vragen 7 t/m 10 uit eindexamen NaSk 1 vmbo-gl en vmbo-tl 2021 tijdvak 2.
Lees meer
studiehulp icoon Fietsen
NaSk1 | Vmbo | 4
Eindexamen
Fietsen
Vragen 11 en 12 uit eindexamen NaSk 1 vmbo-gl en vmbo-tl 2021 tijdvak 2.
Lees meer

Inloggen voor experts