Hoe gebruik je een molschema?
kennisclip Alle uitlegfilmpjes

Uitlegfilmpje

Hoe gebruik je een molschema?

Mimi van de SistersinScience_NL legt in deze kennisclip uit hoe je een molschema gebruikt. Hiervoor gebruikt zij het koolhydraat maltodextrine als voorbeeld.



Geen zin om een filmpje te bekijken? Hieronder lees je de tekst:

Hallo allemaal, ik ben Mimi van de Sisters in Science en vandaag gaat er weer een vraag uit de vraagbaak behandeld worden aan de hand van het mol schema.

Het al bekende mol schema, misschien ken je hem wel. Misschien ken je hem niet, maar na deze video hoop ik echt dat je een veel beter kan gebruiken.

Nou, het voorbeeld van de dag is:

Je gaat naar de snackbar, alweer, en je neemt een lekker patatje met. Hé, lekker vet, lekker heerlijk, maar toch denk je thuis had ik maar niet moeten doen.

Volgende keer neem ik een magere variant.

Nou, voorbeelden zijn Jonaise, Halvalijn en Mayolijn en deze vetarme sauzen hebben een ander component natuurlijk erin, want ze zijn niet vet.

Een van de vetvervangers heet maltodextrine en dat zal ik je opschrijven.

Maltodextrine, misschien herken je het ook wel aan dextrine, dextro.

Dat zijn suikers, dus het is een koolhydraat.

En een koolhydraat dat bestaat uit een suikermolecuul.

Nou, ik zal eventjes, ik zal het even tekenen.

Het is een polymeer van een suikermolecuul.

Zo, en hier staat nog een n-etje.

En die n is groter dan twee en kleiner dan twintig.

Ik ga opnieuw een nieuwe pen pakken en dan ga ik zo door met deze opgave.

Oké, dus we hebben maltodextrine getekend en er is nog een gegeven gegeven.

Er was dus nog een n-etje hier waarvan de n twee tot twintig repeterende eenheden zouden kunnen zijn, dus dat betekent dat dit stuk nog twintig keer naast elkaar zou kunnen zijn.

Vergeet het H-tje en het OH-tje aan de buitenkant niet.

En er is nog een gegeven dat 10 gram van maltodextrine, ik zal het even afkorten, want ik ga dat niet elke keer uittypen, kan aan 30 gram water binden.

En, ik zal de gram eventjes grammerig maken.

Dus dat betekent één op drie aan massa water.

En de vraag is nu, hoeveel watermoleculen zitten er aan een één molecuul maltodextrine?

Ik ga eventjes zeggen, hoeveel? Dat is de vraag.

Oké, dus we hebben het over massa gehad hè?

10 gram maltodextrine op 30 gram water.

Dus nu gaan we eigenlijk kijken naar mol schema en het deel wat we daarvoor nodig hebben.

En een mol schema kan natuurlijk heel groot. Je kan ongeveer alles toevoegen aan het mol schema.

Maar voor dit deel hebben we eigenlijk alleen de volgende drie delen nodig.

Namelijk de massa in gram.

We hebben het aantal, heel mooi vierkant, mol.

En we hebben het aantal moleculen.

Zo nou, misschien weet je wel hoe je hiertussen moet rekenen, maar hier tussenin staat in ieder geval molgewicht, dat is molmassa.

En hier staat het getal van Avogadro, dat is niet avocado, maar Avogadro.

En dat is een heel groot getal, ik ken het natuurlijk niet helemaal uit mijn hoofd, maar volgens mij 6.022 keer 10 tot de macht 23.

Maar we hebben dat niet echt nodig voor deze opgave, maar toch is het belangrijk om te zien dat het hier wel in kan passen.

Dus, om van massa naar mol te gaan moet je delen door het molgewicht.

Want vergeet niet, de eenheid van molgewicht is gram per mol.

Dus als je gram deelt door gram per mol, houd je mol over en dat is waar je naartoe gaat.

Als je van aantal moleculen naar mol gaat, moet je ook delen door het getal van Avogadro.

Ga je de andere kant op, moet je natuurlijk dan keer doen, want dat is het omgekeerde: keer.

Oké, nu om te kunnen navigeren van mol naar massa voor maltodextrine en water, hebben we een aantal dingen nodig.

Namelijk het molgewicht, het Mw van water.

En, we hebben het Mw nodig van maltodextrine.

Nou, die van water, die is wel oké.

Ik denk dat jullie die allemaal zelf kunnen berekenen.

Ik denk zelfs dat op de laatste pagina van je Binas alle molgewichten van heel veel atomen, moleculen of zouten zeg maar staan, dus zoeken we anders daar op.

Maar hè, twee keer waterstof en één keer zuurstof, dat zouden we toch wel moeten kunnen.

Dus dan hebben we twee keer de massa van een waterstof en één keer de massa van zuurstof, is 18.0162 gram per mol.

Nou, nu het molecuulgewicht van maltodextrine.

Die is wat lastiger want, hé, we hebben hier best wel een groot molecuul.

Nou, we hadden gezegd n is vijf, dus dat betekent dat wat hier staat tussen de haken, dat we dat vijf keer hebben.

Nou dat gaan we dan ook gewoon tussen haken opschrijven.

Dus we zeggen vijf keer.

Hoeveel koolstofatomen hebben we binnen de haken staan?

Nou, we hebben er één, twee, drie, vier, vijf, zes.

Dus hebben we 6 keer koolstof.

Dan hebben we één, twee, drie, vier, vijf zuurstof hè, dus als we ze nog even onderlijnen waar ze allemaal zitten.

Zes, sorry, vijf zuurstof.

En flink wat waterstof.

Dat betekent dat er tien zuurstof, sorry, waterstofatomen staan.

En dat klopt ook wel, want de standaard molecuulformule van een koolhydraat is altijd C6H12O6.

En er zijn er twaalf, maar die twee zitten aan de zijkant en het ene extra O-tje zit ook aan de zijkant.

Dus dat is de reden waarom je die niet hier ziet.

Nou, als je vijf keer die massa doet, dan heb je alleen nog alles wat tussen de haken staat, dus je moet daar nog een massa van één zuurstof aan toevoegen.

En nog twee keer de massa van een waterstofatoom en daar komt als volgt het getal uit van 828.72 gram per mol.

Dus dat ding, stukje zwaarder natuurlijk dan dat water.

Nou, dan vervolgens hebben we het gehad over dat we 10 gram maltodextrine hebben op 30 gram water.

Nu gaan we eventjes een, gaan we even beginnen met te doen alsof we één mol water, één mol maltodextrine hebben.

Dus als we één mol van maltodextrine hebben, hè, als we hier zijn.

Om het gewicht dan te hebben van die mol maltodextrine, moet je het keer de massa doen.

Dus we doen één mol keer 828.72.

Nou, daar komt natuurlijk uit, shocker, 828.72.

Ik ga dit heel eventjes overtrekken zodat jullie het goed kunnen lezen.

Kijk, dat is de goede.

Zoveel gram.

Nou, nu hebben we gezegd, op 10 gram maltodextrine kan 30 gram water.

Dus dat betekent dat er dus drie keer zoveel water aan dit gewicht kan zitten.

Dus dan moeten we drie keer die 828.72 doen en dan krijgen wij, even spieken, 2486.16 gram water.

Nou, nu moeten we weer terug naar de hoeveelheid mol water.

Want als je één mol maltodextrine hebt, dan moet je eigenlijk weten hoeveel mol water hebben we dan voor diezelfde mol?

Nou, dat doen we als volgt, we delen 2486.16 door 18.016 en daar komt uit 138 mol water.

Eigenlijk is dit het antwoord op één mol maltodextrine komt 138 mol op water, maar je zou kunnen zeggen, hé, dat is niet wat de afspraak was.

De vraag was hoeveel moleculen H2O zitten er aan één molecuul maltodextrine?

Dus je denkt misschien hè, dit is helemaal niet het antwoord, want dit zegt mol en dit zegt molecuul.

Nou, dat klopt, in theorie is het niet accuraat hè, als je het zo zou bekijken.

Maar als je gaat kijken naar die formule, is dat als je van het aantal mol naar het aantal moleculen wilt, je keer een bepaald getal moet doen.

Dus stel dat je nou die één mol keer het getal van Avogadro doet, dan krijg je natuurlijk.

Ik zal hem eventjes gewoon opschrijven als een letter hè, getal van Avogadro.

Dan krijg je het getal van Avogadro.

En als je 138 keer het getal van Avogadro doet, dan krijg je 138 keer het getal van Avogadro.

En als je dan wilt weten hoeveel moleculen water zijn er op één molecuul maltodextrine, dan wil je deze eigenlijk weg en krijg je alsnog een staat tot 138 moleculen, dus dat is het antwoord.

Nou, en nu vraag je je misschien af, waar heb je al dit voor nodig?

Waar kan je dit nou in hemelsnaam in de echte wereld gebruiken?

Nou, stel je voor dat we nou echt hebben over die maltodextrine, hè.

Jij bent een plantmanager en ze vragen aan jou, we gaan een fabriek bouwen en we gaan daar Halvalijn of Mayolijn maken en jij moet bedenken hoe het eruit gaat zien.

Ontwerp jij die reactor maar.

Nou, als jij hier in een fout maakt.

En jij zegt bijvoorbeeld, nee per molecuul maltodextrine dan heb je maar één molecuul water nodig.

Dan kan het zomaar eens zijn dat jij een veel te klein vat maakt voor die productie van die Halvalijn.

En produceer je niet 138 liter per uur, maar maar één.

Of misschien krijg je daardoor dus ook hele vieze, hele dikke, maltodextrine-achtige mayonaise.

Of je doet het juist helemaal verkeerd en er zit veel water in.

En ja, we weten allemaal wat er gebeurt als je een glas water op een klodder mayonaise laat vallen.

Het wordt in ieder geval niet lekker.

Nou, ik hoop jullie in de volgende video te zien.

Ik hoop dat je hier veel aan hebt gehad en ik zie je bij de volgende, doeg.

Hoi, vond je deze video nou leuk?

Wij zijn Lotte, Noor en Mimi van de Sisters in Science.

Volg ons op insta en we zien je bij de volgende video, doei!

Bekijk ook eens

studieorientatie icoon Mbo, hbo of wo: welke studie past bij jou?
Meerdere niveaus
Studie
Mbo, hbo of wo: welke studie past bij jou?
Kies het onderwijs dat bij je past met deze tips.
Bekijk het artikel
studieorientatie icoon Een Applied Science-opleiding aan de hogeschool
Hbo | Onderzoek & Wetenschap
Studie
Een Applied Science-opleiding aan de hogeschool
Maak kennis met de hbo-opleidingen die onder Applied Science vallen.
Bekijk het artikel
studiehulp icoon Elektrochemische cel: hoe ziet die eruit? Indicatie dat de post een filmpje is
Scheikunde | Havo | Vwo | 5 | 6
Uitlegfilmpje
Elektrochemische cel: hoe ziet die eruit?
Noor legt uit uit welke componenten een EC bestaat.
Bekijk het filmpje
studiehulp icoon Hoe vormt een atoombinding? Indicatie dat de post een filmpje is
Scheikunde | NaSk2 | Vmbo | Havo | Vwo | 2 | 3 | 4
Uitlegfilmpje
Hoe vormt een atoombinding?
Lotte legt het uit en laat zien hoe je deze binding tekent.
Bekijk het filmpje
studiehulp icoon Waaruit bestaat een atoom? Indicatie dat de post een filmpje is
Scheikunde | NaSk2 | Vmbo | Havo | Vwo | 2 | 3
Uitlegfilmpje
Waaruit bestaat een atoom?
Lotte legt het uit en laat je zien hoe je een atoom tekent.
Bekijk het filmpje
studiehulp icoon Waar zitten de + en - elektrode in een EC? Indicatie dat de post een filmpje is
Scheikunde | Havo | Vwo | 5 | 6
Uitlegfilmpje
Waar zitten de + en - elektrode in een EC?
Lotte laat je zien waar ze zitten in een elektrochemische cel.
Bekijk het filmpje
studiehulp icoon Rekenen met massaverhoudingen Indicatie dat de post een filmpje is
Scheikunde | NaSk2 | Vmbo | Havo | Vwo | 3
Uitlegfilmpje
Rekenen met massaverhoudingen
Mimi laat zien hoe je dit doet met behulp van kruistabellen.
Bekijk het filmpje
studiehulp icoon Micro-, meso- en macroniveau Indicatie dat de post een filmpje is
Scheikunde | Havo | Vwo | 3 | 4 | 5 | 6
Uitlegfilmpje
Micro-, meso- en macroniveau
Noor legt uit wat dit zijn en hoe je de niveaus herkent.
Bekijk het filmpje
studiehulp icoon Molberekeningen in de praktijk Indicatie dat de post een filmpje is
Scheikunde | NaSk2 | Vmbo | Havo | Vwo | 3 | 4 | 5 | 6
Uitlegfilmpje
Molberekeningen in de praktijk
Mimi laat je zien waarvoor het gebruikt wordt.
Bekijk het filmpje
studiehulp icoon Molverhouding in een reactievergelijking Indicatie dat de post een filmpje is
Scheikunde | Havo | Vwo | 3 | 4 | 5 | 6
Uitlegfilmpje
Molverhouding in een reactievergelijking
Mimi laat zien hoe je deze vindt en gebruikt.
Bekijk het filmpje